Kees Snoeren is ICT manager bij Uniek en tot vorig schooljaar ook bij SKOD. SKOD is een stichting voor primair onderwijs in de gemeente Drimmelen. De stichting heeft zes basisscholen onder haar hoede. Stichting Uniek is een overkoepelende stichting waarbij 7 basisscholen in de gemeente Geertruidenberg en de gemeente Werkendam zijn aangesloten. Sinds mei 2016 (SKOD) en maart 2017 (Uniek) werken de scholen binnen deze stichtingen met TextAid.


Welke (software)hulpmiddelen hebben jullie overwogen? En waarom hebben jullie voor TextAid gekozen

Bij SKOD waren wij zover dat we ons netwerk bijna helemaal volledig in de Cloud hadden zitten. Dan loop je meteen tegen een probleem aan, want dan werken traditionele programma’s niet. Dus kwam van de bovenschools directeur het verzoek om op zoek te gaan naar een alternatief. 

‘Ik denk dat alles vanuit webbased toegang en Cloud gewoon de toekomst is voor onze netwerken’.

Zoeken op Google is dan de makkelijkste weg en één van de eerste dingen die ik tegenkwam was de site van Woordhelder. Ik heb de info gelezen die daar over TextAid stond en ik heb contact met Mathieu (red: eigenaar Woordhelder) gezocht.

Het product was eigenlijk heel nieuw, maar het draaide volledig in de Cloud en daar waren wij naar op zoek. Toen heb ik het traject uitgezet bij SKOD. 

‘Ik zie geen betere alternatieven.’

Hoe is het traject verlopen van kennismaken tot implementatie?
Ik heb bij SKOD de IB’ers gevraagd van elke school een afvaardiging te sturen die met deze dyslexiesoftware een testperiode in wil gaan. Want dit kan voor ons, technisch, een oplossing zijn maar ik wil niet zelf dat hele traject dragen. Ik vind dat het vanuit de werkvloer en vanuit de scholen moet komen.

Enkele IB’ers en leerkrachten hebben zich toen aangemeld. Die hebben we ook uitgenodigd voor de presentatie die Mathieu voor de hele stichting gegeven heeft. Daarna hebben we, met een aantal proefaccounts, een testperiode ingelast met de insteek: ‘ga eens met wat kinderen aan de slag, maak accounts aan voor de leerlingen en ga het testen. Laat er ook zeker een paar leerkrachten naar kijken.’

‘En eigenlijk kregen we alleen positieve reacties terug.’  

Dit was voor ons aanleiding om te zeggen: dit gaan we gewoon doen, we gaan het systeem implementeren.
Van de eerste zoektocht op Google tot de implementatie heeft hooguit drie maanden geduurd. We hebben in een vrij korte periode er vrij veel tijd ingestoken om zo snel mogelijk met een goede oplossing te komen. Vervolgens zijn er licenties aangemaakt, en hebben we TextAid uitgerold in de organisatie. 

Voorafgaand aan de implementatie hebben jullie een training over TextAid gevolgd bij Woordhelder. Welke meerwaarde had deze training voor jullie?

We hebben ervoor gekozen om twee mensen per school te vragen. Bij voorkeur een IB’er en een leerkracht om geschoold te worden. Mathieu heeft die scholing zelf gedaan. In één middag is het hele pakket doorlopen en zijn leerkrachten en IB’ers ermee aan de slag gegaan. 

Want ook al is het programma heel gemakkelijk in gebruik, het is altijd goed als mensen het een keer gezien hebben. Iedere deelnemer heeft een vaardigheidsboek ontvangen zodat ze alles een keer terug kunnen zoeken als dit nodig is. En het eventueel ook weer door kunnen geven aan een collega die de training niet gevolgd heeft. 

Wij zijn uitgegaan van train-de-trainer principe. Op het moment dat je twee mensen binnen je school hebt die het pakket kennen moeten die in staat zijn om andere leerkrachten die ermee moeten werken te laten zien hoe het werkt. En dan krijgen we vanzelf binnen de organisatie die olievlekwerking die het nodig heeft. Deze manier heeft positief uitgepakt. 

‘Ik krijg eigenlijk geen of nauwelijks vragen over TextAid.’

Welke voordelen heeft het hulpmiddel voor de dyslectische leerlingen?

Het gaat er natuurlijk om dat de leerling er baat bij heeft. We doen het niet voor ons en niet voor de leerkrachten. Dat het heel gebruiksvriendelijk en gemakkelijk is, is wel ook een grote plus voor leerkrachten. Dat is ook belangrijk want leerkrachten hebben het druk genoeg en hebben eigenlijk geen tijd om zich weer te verdiepen in hele ingewikkelde programmatuur. Dat het zo gemakkelijk in gebruik is, is misschien wel het grootste pluspunt. Maar de leerling is de eindgebruiker en die staat dus voorop.

‘Er zit hele simpele functionaliteit in. Het is overzichtelijk voor leerlingen en het is overzichtelijk voor een leerkracht.’

Ik krijg indirect terugkoppeling vanuit de scholen. Eigenlijk hebben leerlingen dezelfde ervaring als leerkrachten: het is gewoon een heel makkelijk en gebruiksvriendelijk programma. 

Wat heel positief ontvangen wordt, is de voorleesfunctie van websites, de plug-in.

Die wordt ontzettend veel gebruikt. Niet alleen het kleine percentage zware dyslecten maakt gebruik hiervan. Wat is nou makkelijker tegen een zwakke lezer dan te zeggen: ‘je moet een werkstuk maken, je moet veel informatie lezen van internet, we zorgen dat je een account krijgt en dat hij met een koptelefoon in de klas die lappen tekst gewoon kan laten voorlezen.’

Bij andere pakketten zit je altijd vast vanwege de licentiekosten en licentiesleutels waardoor je ook alleen maar dat groepje zware dyslecten er gebruik van kan laten maken. Je hebt met TextAid veel meer ruimte om een grotere groep te helpen. En kinderen die een account hebben, kunnen het ook thuis gewoon gebruiken. 

In welke situaties wordt TextAid gebruikt/ingezet?

In eerste instantie veel voor de informatieverwerking tijdens lessen, maar je ziet ook steeds vaker dat leerlingen het thuis gebruiken voor het huiswerk.

Op school proberen we het scanwerk voor de leerkrachten te beperken. Wat het scanwerk van boeken betreft geven wij het advies aan leerkrachten, ‘blijf heel selectief waar je het voor inzet en waar niet’. Tijdens de lessen wordt nu dan ook voornamelijk met Dedicon boeken gewerkt. 

We willen het komende jaar in onze Sharepoint-omgeving een aparte bibliotheek neer gaan zetten waar scanmaterialen opgeslagen kunnen worden. Dan hebben we nog uitgebreidere mogelijkheden om TextAid toe te passen.

Maar voor nu hebben we gezegd, ‘ga maar eens ermee aan de slag en experimenteer maar en we zullen na de zomervakantie op terugkomen’.  ‘Hoe loopt het nu? Wordt het gebruikt? Heb je hulp nodig? Heb je nog ondersteuning nodig?’

Wat kan een leerkracht bijdragen aan een goed gebruik van TextAid?

Je ziet verschil in leerkrachten. Er zijn leerkrachten die heel snel de scantool gevraagd hebben en die daar gewoon mee zaten te experimenteren. Niet eens zozeer alleen maar voor dyslectische leerlingen, maar vooral ook van ‘wat kan ik met dat soort instrumenten ook voor m’n andere zwakke leerlingen?’. 

‘Ik denk dat interesse van leerkrachten daar wel een duidelijk factor in is.’

Het belang van de inzet voor dyslectische leerlingen, dat ziet elke leerkracht wel. Daar hoeven we het niet over te hebben. Ik denk dat je ook elke leerkracht uit kan leggen dat ook voor wat zwakkere leerlingen de ondersteuningsfuncties heel handig kunnen zijn. Maar dan komt het toch bij de interesse van de leerkracht uit van ‘wil ik daar dieper in duiken en ga ik daarmee spelen om te kijken wat kan ik er nog meer mee?’
Het is ook een beetje afhankelijk van een stukje schoolklimaat. Als je enthousiaste leerkrachten hebt dan kunnen er zeker leuke dingen bedacht worden. Vervolgens gaat het erom hoe groot de school is en hoe open is de school dat je dan ook het draagvlak krijgt om dat te delen met collega’s. In eerste instantie op schoolniveau maar in ons geval ook binnen de stichting. ‘We hebben dit bedacht, het zou ook voor onze andere scholen iets kunnen zijn’.

Heeft u nog tips voor organisaties die overwegen voor TextAid te kiezen als dyslexiesoftware?

Ik zou eigenlijk alleen maar de tip mee willen geven: maak het niet moeilijker en zwaarder dan het is. Want we hebben eigenlijk voor een hele simpele, basale weg gekozen. 

‘Pak wel, als je al gewend bent om met een ander programma te werken, die testfase.’ 

Want die testfase was voor SKOD heel wezenlijk. Juist voor de leerkrachten die gewend waren om met een ander programma te werken. Op die manier kan je mensen laten zien en laten ervaren hoe gemakkelijk en gebruiksvriendelijk het programma is. Als je in die testfase dat kan bereiken, dan is de rest van de implementatie eigenlijk simpel. Want dan hoef je niet meer tegen het argument ‘ja, maar wij zijn gewend om…’ op . Dan heb je die drempel weggenomen.