Woordhelder

Dyslexie

Het woord dyslexie komt oorspronkelijk uit de Griekse taal. ‘Dys’ betekent beperkt en ‘lexie’ betekent taal of woorden. Stichting Dyslexie Nederland (SDN) geeft de volgende omschrijving:

Dyslexie is een specifieke leerstoornis die zich kenmerkt door een hardnekkig probleem in het aanleren van accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau dat niet het gevolg is van omgevingsfactoren en/of een lichamelijke, neurologische of algemene verstandelijke beperking”.

Het technisch lezen en spellen komt moeizaam tot ontwikkeling bij kinderen met dyslexie, ondanks de leeftijd, intelligentie en voldoende onderwijsaanbod. Kinderen met dyslexie hebben extra ondersteuning en oefening nodig gericht op het lezen en spellen. Het is dan ook van belang dat dyslexie zo vroeg mogelijk wordt ontdekt. Door lees- en spellingsproblemen vroegtijdig aan te pakken, wordt de kans op succes groter.

Dyslexie is een leerstoornis en gaat niet over. Iemand met dyslexie blijft altijd problemen ondervinden met betrekking tot het lezen en/of spellen. Door gerichte ondersteuning en de inzet van hulpmiddelen kan iemand leren om te gaan met deze lees- en spellingproblemen. 

 

Kenmerken van dyslexie

Steunpunt Dyslexie noemt verschillende algemene kenmerken van dyslexie.

  • Kinderen met dyslexie hebben moeite met het auditief en/of visueel onderscheid tussen letters, zoals b en d, eu, u en ui, f en v, s en z. De koppeling tussen de klank en het letterteken is niet sterk waardoor kinderen met dyslexie de verkeerde letter schrijven of de verkeerde klank benoemen. 
  • Kinderen met dyslexie hebben moeite met het herkennen van klanken in een woord en het manipuleren. Ze vinden het moeilijk om klanken in de volgorde te zetten of te benoemen, zoals bij dorp en drop of 12 en 21.
  • Kinderen met dyslexie hebben moeite met de automatisering. Het inprenten van reeksen zoals tafels en spellingregels verloopt moeizaam. Er is behoefte aan veel herhaling voor dat deze reeksen geautomatiseerd zijn.
  • Kinderen met dyslexie kunnen moeite hebben om reeksen symbolen vlot op te noemen. Denk hierbij aan plaatjes, kleuren, letters en cijfers. Het ophalen van deze informatie uit het langetermijngeheugen verloopt moeizaam.

Op de website van Steunpunt Dyslexie staat een overzicht van verschillende signalen die zouden kunnen duiden op (aanleg voor) dyslexie

(http://www.steunpuntdyslexie.nl/wat-is-dyslexie/herkennen-van-dyslexie/signalen-per-leeftijd/).

 

Lezen

Kinderen met dyslexie hebben veel moeite met het technisch lezen. Technisch lezen is het vlot en nauwkeurig kunnen omzetten van geschreven woorden in gesproken woorden. Daarbij is het begrijpen van wat er gelezen is niet aan de orde. Wanneer het technisch lezen onvoldoende verloopt kan dit wel een belemmering vormen voor het begrijpend lezen.

De problemen met technisch lezen vallen duidelijk op bij het hardop lezen van woorden en teksten. Kinderen hebben moeite met de directe woordherkenning. Om de leesproblemen te ondervangen houden leerlingen vast aan een bepaalde leesstrategie of een combinatie van strategieën:

Spellende leesstrategie
Bij het spellend lezen wordt een woord letter voor letter verklankt of de woorden worden haperend gelezen. Er kunnen fouten gemaakt worden in het synthetiseren (plakken) van de klanken of woorddelen tot een geheel woord. Daarbij is het leestempo laag.

Radende leesstrategie
Kinderen kunnen ook radend oplezen. Een kind kan gokken en daarbij het verkeerde woord oplezen of vervangen met een woord dat lijkt op het gedrukte woord. Tevens kan een kind bij het radend lezen woorden of klankgroepen overslaan. Bij het radend lezen is het leestempo vaak hoog. 

 

Spelling

Kinderen met dyslexie hebben tevens veel moeite met spelling. Een kind met dyslexie heeft moeite om het auditief aangeboden woord om te zetten in schrift. Kinderen kunnen hierbij moeite ondervinden en verschillende fouten maken. Een kind kan een woord fout schrijven doordat er een fout in de klanktekenkoppeling wordt gemaakt. Daarbij wordt een andere letter geschreven, dan passend bij de aangeboden klank. Verder kan een kind moeite hebben met het toepassen van spellingregels. Een kind weet niet hoe een spellingregel moet worden toegepast. Tevens kan een kind met dyslexie moeite ervaren met het herkennen dat er meerdere spellingregels binnen een woord. De toepassing van de spellingregels is niet voldoende geautomatiseerd, waardoor er fouten worden gemaakt.

Vaak is het schrijftempo laag. Kinderen kunnen ook een moeilijk leesbaar handschrift hebben. 

 

Diagnostiek

Het vaststellen van de diagnose dyslexie gebeurt op grond van objectief waarneembare kenmerken. Er zijn een aantal criteria waaraan voldaan moet worden:

  1. Het criterium van achterstand. Er is sprake van een betekenisvolle achterstand op het gebied van lezen en/of spellen. Gezien de leeftijd en de intellectuele capaciteiten van een leerling is er sprake van een duidelijke achterstand en zou je verwachten dat een kind hoger zou presteren met betrekking tot lezen en spellen.
  2. Het criterium van didactische resistentie. Er is sprake van hardnekkigheid. De technische lees- en/of spellingproblemen blijven bestaan, ondanks adequate remediërend instructie en oefening.
  3. Er zijn geen andere verklaringen voor de lees- en/of spellingproblemen. Er zijn geen bijkomende stoornissen of de bijkomende stoornissen zijn onder controle. Een voorbeeld is ADHD; indien de ADH onder controle is met bijvoorbeeld medicatie kan de ADHD niet van invloed zijn op de lees- en spellingvaardigheden.