Kennisbank


Voor ouders/thuis

Dyslexie is een leerstoornis op het gebied van lezen en spellen. Bij het lezen verloopt het koppelen van lettertekens aan klanken niet goed. Bij het schrijven is het andersom: dan verloopt het koppelen van klanken aan lettertekens niet zo goed.

Dyslexie is hardnekkig: ondanks geboden hulp blijven problemen op het gebied van lezen en schrijven bestaan.

Hardnekkig lees- en spellingprobleem
Er zijn een heleboel dingen die een kind leert en vervolgens automatisch doet, zoals praten, lopen of fietsen. Voor veel kinderen gaat lezen en schrijven ook vanzelf. Wanneer een kind dyslexie heeft dan is dat minder vanzelfsprekend. Het woord dyslexie is afkomstig uit de Griekse taal. Dys betekent ‘iets dat niet goed gaat’ lexis betekent ‘taal’ of ‘woorden’. De naam van de leerstoornis geeft dus precies aan wat er gaande is: er is sprake van een hardnekkig lees- en/of spellingprobleem.

Stichting Dyslexie Nederland gaat uit van de volgende definitie:
Dyslexie is een specifieke leerstoornis die zich kenmerkt door een hardnekkig probleem in het aanleren van accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau, dat niet het gevolg is van omgevingsfactoren en/of een lichamelijke, neurologische of algemene verstandelijke beperking.

Erfelijk
Ongeveer vier procent van alle kinderen heeft dyslexie. Ofwel: 1 op de 20. Dyslexie is erfelijk. Dus als iemand dyslectisch is, is de kans aanwezig dat dit doorgegeven wordt. Wanneer iemand dyslexie heeft zal dit niet meer verdwijnen, maar mensen leren er wel beter mee omgaan. En onthoud: veel oefenen, verbetert het lezen en spellen.

Klik hier voor het spreekbeurtpakket

Als je kind dyslexie heeft is het belangrijk dat er hulp en ondersteuning komt. Is er sprake van Ernstige Dyslexie (ED)? Dan worden de kosten voor de behandeling van uw kind meestal vergoed. Als er geen ED is vastgesteld, dan kan de begeleiding op particuliere basis afgenomen worden.

Psycho-educatie
Psycho-educatie is belangrijk voor kinderen met dyslexie. Praat met je kind over wat dyslexie precies inhoudt. Zoek samen naar tips en adviezen over hoe jullie het beste kunnen omgaan met dyslexie.

TV-tip: kijk naar de Klokhuis-aflevering over dyslexie. Of lees samen een van deze boeken:

  • Nu weet ik eindelijk wat dyslexie is van Chantal Engbers
  • De Dyslexie Survivalgids van Annemarie De Bondt en Luc Descamps
  • Het Dyslexie Boek van Anne Ligtenberg

Bezoek ook eens de websites van Stichting Dyslexie Nederland en Oudervereniging Balans.

Lezen en spelling oefenen
Regelmatig oefenen met lezen en spelling helpt je kind om vaardigheden verder te ontwikkelen. Dit kan bijvoorbeeld met individuele begeleiding, extra ondersteuning vanuit school of een online oefenprogramma.

Het is meestal effectiever om regelmatig kort te oefenen dan af en toe een lange oefensessie te doen. Door oefeningen regelmatig te herhalen krijgt je kind de kans om vaardigheden steeds verder te automatiseren.

Hulpmiddelen voor je kind
Er zijn verschillende hulpmiddelen die je kind kunnen ondersteunen bij lees- en spellingproblemen. Soms kan een eenvoudig hulpmiddel zoals een leesliniaal al prettig zijn. Met een programma als Taalblobs kan je kind gericht oefenen met lezen en spelling. Dyslexiesoftware kan daarnaast helpen om teksten toegankelijker te maken en je kind te ondersteunen bij schoolwerk.

1. Leeslinialen
Een leesliniaal is een eenvoudig hulpmiddel dat meer rust en focus kan geven tijdens het lezen. Een vergrotende leesliniaal vergroot de tekst terwijl de leeslijn helpt om de juiste regel te volgen. Hierdoor kan het voor je kind makkelijker worden om de aandacht bij de tekst te houden.

Een gekleurde leesliniaal kan het contrast tussen de letters en de achtergrond verminderen. Sommige kinderen ervaren hierdoor meer visuele rust en vinden het prettiger om langere teksten te lezen.

2. Taalblobs
Met het online oefenprogramma Taalblobs kan je kind spelenderwijs werken aan lees- en spellingvaardigheden. De oefeningen sluiten aan bij het niveau van je kind en kunnen regelmatig gedurende de week worden aangeboden.

Door de oefenmomenten over de week te verspreiden en onderdelen regelmatig te herhalen, krijgt je kind de mogelijkheid om vaardigheden steeds beter te automatiseren.

3. Dyslexiesoftware
Dyslexiesoftware helpt uw kind thuis en op school. Het is belangrijk dat de inzet van deze software op de dyslexieverklaring vermeld staat. Dyslexiesoftware heeft drie hoofdfuncties:

  • Ondersteunen bij het lezen van teksten
  • Ondersteunen bij het maken van teksten
  • Ondersteunen bij het leren en bestuderen van teksten

Hiervoor zijn verschillende programma’s beschikbaar, zoals ClaroRead en TextAid.

ClaroRead
ClaroRead is software die helpt bij het lezen van een tekst. Een werkbalk koppelt zich aan programma’s zoals Word, Adobe en internetprogramma’s, waardoor ClaroRead teksten voor kan lezen. Daarnaast ondersteunt de software bij het maken en controleren van eigen teksten. Ook biedt ClaroRead functies om eenvoudig samenvattingen te maken en informatie te verzamelen.

TextAid
TextAid is online dyslexiesoftware. PDF-bestanden, Word-documenten, Epub en digitale schoolboeken worden eenvoudig geüpload en voorgelezen. Daarnaast bevat TextAid een tekstverwerker. Ook zijn er tal van functies voor het maken van aantekeningen en samenvattingen.

Uitproberen
Onderzoek samen met je kind welke hulpmiddelen het beste bij hem of haar passen. Ieder kind is anders en heeft andere behoeften bij het lezen, schrijven en leren.

Bij het gebruik van dyslexiesoftware is het belangrijk dat je kind eerst goed kennismaakt met het programma. Door thuis of onder begeleiding te oefenen met de verschillende functies leert je kind hoe en wanneer deze kunnen helpen. Zodra je kind de software goed kent en zelfstandig kan gebruiken wordt het ook makkelijker om deze tijdens de lessen op school in te zetten.

Onze producten op school

In dit artikel wordt er dieper ingegaan op zorgniveau 3: het proces, de interventie en welke producten van Woordhelder ingezet kunnen worden bij zorgniveau 3.

Op school wordt zorg geboden op verschillende niveaus. Zorgniveau 1 zijn de reguliere klassikale lessen. Mocht dat voor een leerling niet voldoende zijn kan er verlengde instructie worden geboden, dat is zorgniveau 2.

Als zorgniveau 1 en 2 (de reguliere lessen en de verlengde instructie) niet voldoende zijn en een leerling blijft uitvallen, is er extra interventie nodig. Leerlingen die behoren tot de 10% zwakste, hebben zorg nodig op zorgniveau 3. De zorg die geboden wordt op niveau 1 en 2 wordt nu aangevuld met intensieve en specifieke interventie. De interventie van zorgniveau 3 is gericht op de hiaten in de spelling- en leesvaardigheden van leerlingen.

Start

Nulmeting
Voordat de interventie wordt gestart moet een nulmeting worden gedaan aan de hand van methode-onafhankelijke toetsen. Deze meting geeft de beginsituatie goed weer. De resultaten van deze meting laten zien op welke onderdelen een leerling uitvalt, de zogenaamde hiaten. De interventie die geboden zal worden op zorgniveau 3, sluit aan op de hiaten van de leerling.

Handelingsplan
Naast de nulmeting, moet ook een handelingsplan worden opgesteld. Onderdelen die in het handelingsplan terug moeten komen zijn:

  • Beginsituatie of de nulmeting
    Werk de nulmeting uit. Benoem de toetsen die zijn afgenomen bij de nulmeting en geef de resultaten weer. Maak een foutenanalyse. Analyseer de resultaten en geef weer op welke onderdelen de leerling uitvalt.
  • SMART-doelen
    Stel doelen voor de individuele leerling en formuleer ze SMART: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgeboden. Benoem de onderdelen waaraan gewerkt wordt, bijvoorbeeld klank- tekenkoppeling, specifieke spellingregels, leestempo of leesaccuratesse. Benoem met welke toets(en) de doelen worden geëvalueerd.
  • Beschrijving van de interventie
    Benoem allereerst wie de begeleiding gaat geven. Daarnaast moet de duur van de interventie worden aangegeven; zowel de duur van de interventie per week, als de periode waarin de interventie wordt geboden. Verder is het belangrijk te benoemen of de interventie individueel of in een klein groepje wordt gegeven. Als de begeleiding in een groepje wordt gegeven, benoem dan de toegevoegde waarde van interventie in groepsverband.
  • Aanpak
    Beschrijf hoe er aan de doelen wordt gewerkt. Welke materialen en methodes worden ingezet. Beschrijf de werkwijze van de begeleider.
  • Evaluatie
    Beschrijf de toetsen die worden afgenomen en geef de toetsresultaten weer. De tussentijdse evaluatie laat zien of de eerste interventieperiode effect heeft of dat er aanpassingen nodig zijn. Bij de eindevaluatie wordt aan de hand van de resultaten bepaald of de interventiedoelen behaald zijn. Tot slot moeten de vervolgstappen worden uitgewerkt.

Interventie
De interventie die geboden wordt op zorgniveau 3 ziet er als volgt uit:

  • De interventie is 60 minuten per week. U kunt deze tijd verspreiden over de week, bijvoorbeeld 3x 20 minuten.
  • De interventie wordt, bij voorkeur, een-op-een geboden. Een andere mogelijkheid is om de begeleiding in kleine groepjes te geven. De maximale groepsgrootte is 4 leerlingen. Wanneer er in groepsverband wordt gewerkt moet de groep ook van meerwaarde zijn.
  • De materialen die worden ingezet tijdens de interventie zijn uit een aanvullend lees- of spellingprogramma. Het is belangrijk dat dit een methodeonafhankelijk programma is. Een andere mogelijkheid is intensivering vanuit de leesmethode.

Evaluatie
In de beschrijving van het handelingsplan is de evaluatie al kort aan bod gekomen.

Na ongeveer 10 tot 12 weken kan er een tussentijdse evaluatie worden uitgevoerd. Er wordt opnieuw een toets afgenomen om het niveau van de leerling in kaart te brengen. De resultaten op deze tussentijdse evaluatie geven weer wat het effect van de interventie is en of er aanpassingen nodig zijn met betrekking tot de interventie.

Na de tussentijdse evaluatie wordt er opnieuw 10 tot 12 weken interventie geboden. Deze tweede interventieperiode wordt afgesloten met een eindevaluatie. Opnieuw worden toetsen afgenomen om de volledige interventie te evalueren. Op basis van de toetsresultaten wordt gekeken of de doelen uit het handelingsplan zijn behaald. Verder moet er op basis van deze eindevaluatie worden bepaald wat de vervolgstappen zijn.


Zuid-Vallei

De remediërende programma’s van Zuid-Vallei bieden materiaal dat perfect kan worden ingezet bij interventies op zorgniveau 3. Zuid-Vallei is ontwikkeld om ondersteuning te kunnen bieden aan leerlingen die uitvallen op het reguliere lesprogramma en leerlingen met leerproblemen. De materialen van Zuid-Vallei zijn methode-onafhankelijk, ze bevatten een gestructureerde opbouw en zijn gemakkelijk inzetbaar.

Binnen zorgniveau 3 moet er interventie worden geboden gericht op de hiaten die bij een leerling zijn vastgesteld. De materialen van Zuid-Vallei zijn hier uitermate geschikt voor. U kunt gemakkelijk de betreffende onderdelen die noodzakelijk zijn voor het interventietraject van een bepaalde leerling uit de mappen halen.

Er zijn verschillende remediërende programma’s van Zuid-Vallei. Zo is het Remediërend Programma Spelling gericht op de spellingvaardigheden en het Lees Interventie Programma, gericht op de leesvaardigheid.

Zuid-Vallei – Leesinterventie
Het Lees Interventie Programma van Zuid-Vallei is ontwikkeld om vorm en inhoud te geven aan interventies voor leerlingen die een achterstand ervaren op het gebied van lezen. Het programma bevat materiaal voor leesremediëring. Het Lees Interventie Programma biedt instructie en oefenstof voor alle fasen in het leesproces en de problemen die zich daarbij kunnen voordoen. Het Lees Interventie Programma bestaat uit 8 mappen en in deze mappen komen de volgende onderdelen aan bod:

  • Deelvaardigheden van het lezen
  • Elementaire leeshandelingen
  • Lezen op verschillende AVI-niveaus: AVI-M3 t/m AVI-E6
  • Aanpak van leestempo en radend lezen

Voor de nul-meting kan worden uitgegaan van de AVI of DMT toetsen. Op basis van deze toetsresultaten wordt bepaald welke hiaten de leerling ervaart en waar de interventie op moet inspelen. De begeleider kan de benodigde materialen uit de mappen van het Lees Interventie Programma halen en inzetten.

Zuid-Vallei Spelling
Het Zuid-Vallei Remediërend Programma Spelling is ontwikkeld om vorm en inhoud te geven aan interventies voor leerlingen die een achterstand hebben op het gebied van spelling. Het programma bevat materiaal voor spellingremediëring. Het programma biedt instructie en volop oefenmateriaal om de verschillende spellingregels te behandelen.

Het Remediërend Programma Spelling bestaat uit 3 mappen en in deze mappen komen de volgende spellingcategorieën aan bod:

  • Luisterwoorden
  • Lettergroepwoorden
  • Net-als-woorden
  • Regelwoorden
  • Weetwoorden

Het Remediërend Spellingprogramma bevat een dictee dat als nul-meting kan worden gebruikt. Op basis van dit dictee, of een ander methode-onafhankelijke spellingtest, kunnen de betreffende materialen uit het Remediërend Programma Spelling worden ingezet. Elke spellingregel die de leerling onvoldoende beheerst kan uitvoerig worden geoefend.

Aanvullend op de papieren mappen is er ook een online omgeving van Zuid-Vallei. In die omgeving kunnen dezelfde regels uit de mappen op speelse wijzen worden geoefend. In de digitale omgeving zal de leerling bij een foutje direct feedback krijgen. De gemaakte oefeningen zijn in de rapportagefunctie in te zien voor de begeleider, dit inclusief foutenanalyse.


Online aanvullingen

De inzet van het Remediërend Programma Spelling kan worden aangevuld met online programma’s zoals Zuid-Vallei Spelling online of Taalblobs.

Zuid-Vallei Spelling online
Aanvullende op de papieren mappen van Zuid-Vallei Spelling is een online oefenomgeving Spelling ontwikkeld. Alle spellingcategorieën en spellingregels zoals die in de mappen zijn opgenomen, zijn onderdeel van deze online omgeving. De woorden die in de online omgeving aan bod komen bij elke regel, komen ook overeen met de woorden die in de map staan. In deze online omgeving kunnen de spellingregels die aangeboden worden in de interventie verder worden geoefend en herhaald. Als begeleider kan u dus het oefenprogramma volledig laten aansluiten op de geboden interventie.

Taalblobs
Mocht er al gebruik worden gemaakt van Taalblobs kan dit ook uitstekend als aanvulling op het Remediërend Programma Spelling worden ingezet. Met Taalblobs kunnen de spellingvaardigheden spelenderwijs worden geoefend. Het programma bevat namelijk 24 educatieve games gericht op de spellingvaardigheden van groep 3 tot en met groep 8. Het programma is adaptief, maar bij de inzet op zorgniveau 3 is het juist belangrijk dat het adaptieve karakter wordt losgelaten. De begeleider moet dus het oefenprogramma van de leerling invullen, zodat het aansluit op de geboden interventie en de specifieke hiaten waaraan gewerkt moet worden. Dit kan zeer eenvoudig met Taalblobs.

Als leerlingen op de reguliere leerlijn uitvallen, is remediëring erg nuttig. Dankzij deze ondersteuning groeit de leerling in zijn of haar schoolse vaardigheden, waardoor de achterstand kan worden ingehaald. Regelmatig oefenen is daarbij belangrijk: beter elke dag kort dan één keer lang. We bieden verschillende remediërende producten aan. Hieronder leest u daar meer over.

Taalblobs
Met het programma Taalblobs oefenen kinderen van groep drie tot en met acht hun spellingvaardigheden. Leerlingen gaan aan de slag met klank-, lees- en spellingtaken, maar dan op een kleurrijke manier: met het helikopterspel, de fotosafari, het doolhof en andere educatieve spellen.

Taalblobs werkt volledig online. Ook is het programma volledig adaptief: het niveau van de lesstof wordt aangepast aan de prestaties van de leerling. Met de uitgebreide beheeromgeving voor docenten kan u de voortgang volgen. Het is eenvoudig om te zien met welke spellingonderdelen leerlingen meer dan gemiddeld moeite hebben. Deze onderdelen kunnen dan bij bijvoorbeeld extra begeleiding/RT aan bod komen.

Rekenblobs
Rekenblobs is even kleurrijk als Taalblobs. Dit programma is voor leerlingen van groep drie tot en met zes, maar dan om hun rekenvaardigheden te oefenen. Kinderen leren met Rekenblobs spelenderwijs rekensommen automatiseren.

Rekenblobs werkt volledig online. Ook is het programma volledig adaptief: het niveau van de lesstof wordt aangepast aan de prestaties van de leerling. In Rekenblobs is ook een uitgebreid leerlingvolgsysteem aanwezig. De voortgang van de leerlingen is goed te volgen. Per leerling kan bekeken worden wat al wel en wat nog niet goed gaat om zo de juiste lesstof aan te kunnen bieden. De voortgang is uit te printen

De Zuid-Vallei
De remediërende programma’s van De Zuid-Vallei worden al jarenlang succesvol ingezet bij de ondersteuning van leerlingen die uitvallen op het reguliere lesprogramma. Ook preventief. De programma’s zijn gericht op lezen, spelling en rekenen.

Voor ondersteuning bij technisch lezen is het Lees Interventie Programma ontwikkeld. Daarnaast is het programma Begrijpend Lezen op verschillende niveaus uitgewerkt. Op het gebied van spelling zijn de programma’s Spelling en Werkwoordspelling ontwikkeld. Voor ondersteuning bij rekenen zijn er twee hulpopties: Automatiseren en Breuken.

Ieder programma van De Zuid-Vallei heeft een herkenbare opzet. Zo worden in elk hoofdstuk vaardigheden en strategieën herhaald die de leerling daarvoor heeft behandeld. Vervolgens wordt een nieuwe vaardigheid of strategie aangeboden. Ook is er veel oefenmateriaal, zodat de leerling veel kan herhalen. De programma’s van De Zuid-Vallei zijn methode-onafhankelijk en makkelijk inzetbaar.

Door bovenschools te werken kun je hulpmiddelen en software binnen alle scholen van een stichting of samenwerkingsverband op dezelfde manier inzetten. Dit zorgt voor meer samenhang, minder beheer en lagere kosten.

Voor TextAid, ClaroRead, Test-Assist, Read-Y, Taalblobs, Zuid-Vallei Printer & Rekenblobs zijn bovenschoolse licenties beschikbaar.

Eén gezamenlijk beleid
Met een bovenschoolse aanpak kun je duidelijke afspraken maken over de inzet van dyslexieondersteuning en andere hulpmiddelen binnen alle aangesloten scholen. Zo ontstaat één herkenbare werkwijze en kunnen scholen kennis en ervaringen met elkaar delen.

Het grote voordeel is dat niet iedere school zelf het wiel opnieuw hoeft uit te vinden. Goede afspraken, werkwijzen en ervaringen kunnen eenvoudig binnen de hele organisatie worden gedeeld.

Eenvoudigere ICT-inrichting
Ook technisch biedt bovenschools werken voordelen. Samen met de centrale ICT-afdeling kunnen we de software zo efficiënt mogelijk beschikbaar maken binnen de verschillende scholen.

Waar mogelijk worden koppelingen gerealiseerd met digitale leeromgevingen en toegangsportalen, zoals MOO, ZuluConnect, Cloudwise, Miloo en Aerobe. Ook kunnen gebruikers in veel gevallen via Single Sign-On (SSO) toegang krijgen en kunnen accounts automatisch worden aangemaakt en beheerd.

Hierdoor hoeven scholen minder handmatig beheer uit te voeren en blijft de beheerlast voor zowel ICT als individuele scholen beperkt.

Gezamenlijk trainen en kennis borgen
In plaats van iedere school afzonderlijk te trainen, kunnen medewerkers van verschillende scholen gezamenlijk een training volgen. We werken hierbij onder andere volgens het train-de-trainerprincipe. Een aantal medewerkers per school wordt opgeleid om collega’s binnen de eigen organisatie verder te helpen.

Onze trainingen kunnen ook worden opgenomen in het interne scholings- of opleidingsprogramma van de organisatie. Zo bespaar je tijd en kosten en zorg je ervoor dat kennis over de mogelijkheden en het juiste gebruik van de software binnen de organisatie behouden blijft.

Meer weten over bovenschoolse licenties?
Wil je weten wat bovenschools werken voor jouw stichting of samenwerkingsverband kan betekenen? Neem dan contact met ons op. We denken graag mee over de inrichting, implementatie en licentievorm en kunnen een passende prijsopgave maken.

Toetsen en examens

In groep 8 krijgen leerlingen eerst een voorlopig schooladvies. Daarna maken zij de doorstroomtoets. Deze toets is een extra objectief meetmoment en geeft inzicht in het niveau van de leerling op het gebied van taal en rekenen. De uitslag wordt meegenomen bij het bepalen van het definitieve schooladvies.

Sinds schooljaar 2023-2024 heet de voormalige eindtoets de doorstroomtoets. De toets wordt eerder in het schooljaar afgenomen dan de vroegere eindtoets zodat de uitslag kan worden meegenomen in het definitieve schooladvies.

Scholen kunnen kiezen uit verschillende doorstroomtoetsen:

  • AMN Doorstroomtoets
  • Dia Doorstroomtoets
  • IEP Doorstroomtoets
  • Leerling in beeld-doorstroomtoets van Cito
  • ROUTE 8-doorstroomtoets
  • DOE-toets van de Rijksoverheid

Als school bepaal je welke doorstroomtoets je gebruikt. In principe maken alle leerlingen binnen de school dezelfde doorstroomtoets.

Ondersteuning bij dyslexie
Heeft een leerling dyslexie? Dan zijn er verschillende mogelijkheden om de leerling tijdens de doorstroomtoets te ondersteunen. Welke voorzieningen beschikbaar zijn, verschilt per toets en toetsaanbieder.

Afhankelijk van de gekozen doorstroomtoets kun je bijvoorbeeld denken aan:

  • een aangepaste digitale of papieren versie.
  • auditieve ondersteuning of een voorleesfunctie;
  • vergroting van teksten;
  • extra tijd;
  • een aangepaste weergave of lay-out;

Het is belangrijk om ruim voor de afname te bepalen welke ondersteuning een leerling nodig heeft en welke voorzieningen binnen de gekozen doorstroomtoets zijn toegestaan.

Laat leerlingen vooraf oefenen
Maakt een leerling tijdens de doorstroomtoets gebruik van auditieve ondersteuning of andere hulpmiddelen? Zorg er dan voor dat de leerling hier vooraf al ervaring mee heeft.

Een doorstroomtoets is niet het juiste moment om voor het eerst kennis te maken met auditieve ondersteuning of andere hulpmiddelen. Door deze ondersteuning structureel in te zetten tijdens de lessen en bij andere toetsen leert de leerling hoe en wanneer een hulpmiddel het beste kan worden gebruikt.

Tijdens de doorstroomtoets kan de leerling zich dan volledig richten op de inhoud van de toets in plaats van op de werking van de ondersteuning.

Bereid de ondersteuning goed voor
Een goede voorbereiding is belangrijk voor leerlingen met dyslexie. Bespreek daarom met de leerling maar zeker ook met ouders/verzorgers ruim voor de doorstroomtoets:

  • welke doorstroomtoets de school gebruikt;
  • welke ondersteuningsmogelijkheden deze toets biedt;
  • welke ondersteuning de leerling nodig heeft;
  • welke voorzieningen tijdens de afname worden ingezet;
  • hoe je ervoor zorgt dat de leerling hier vooraf mee kan oefenen.

Door de ondersteuning niet alleen tijdens de doorstroomtoets maar ook gedurende het schooljaar in te zetten raakt de leerling vertrouwd met de hulpmiddelen. Zo kan de leerling tijdens de doorstroomtoets zelfstandig werken en zich zoveel mogelijk richten op de inhoud van de toets.

Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) stelt de regels en voorwaarden voor de centrale examens vast. Voor leerlingen met dyslexie of een andere ondersteuningsbehoefte zijn verschillende aanpassingen mogelijk.

Ieder jaar publiceert het CvTE de Handreiking passend examineren centrale examens vo. Hierin lees je welke mogelijkheden er zijn om de examensetting aan te passen aan leerlingen met een ondersteuningsbehoefte.

Passend examineren
Het uitgangspunt bij het centraal examen is dat iedere leerling aan dezelfde exameneisen moet voldoen. Een leerling met dyslexie kan door zijn of haar beperking echter belemmerd worden om tijdens het examen te laten zien wat hij of zij daadwerkelijk kan.

In dat geval kan de school de examensetting aanpassen. Het doel hiervan is niet om het examen makkelijker te maken, maar om de belemmering van de leerling zoveel mogelijk weg te nemen.

De school bepaalt binnen de geldende regels welke aanpassingen noodzakelijk en passend zijn. Hierbij is het belangrijk om aan te sluiten bij de ondersteuning die de leerling ook tijdens het onderwijs en eerdere toetsen gebruikt.

Mogelijke aanpassingen bij dyslexie
Voor leerlingen met dyslexie zijn, afhankelijk van de situatie en de geldende voorwaarden verschillende voorzieningen mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan:

  • verklanking of spraaksynthese voor het laten voorlezen van het examen;
  • maximaal 30 minuten extra examentijd bij het centraal examen;
  • gebruik van een computer als schrijfgerei;
  • aanpassingen in de visuele weergave, zoals vergroting of een leesliniaal.

Voor bepaalde aanpassingen moet de leerling beschikken over een geldige deskundigenverklaring. De school is verantwoordelijk voor het maken en vastleggen van de juiste afweging en wanneer dit verplicht is het melden van de aanpassing bij de Inspectie van het Onderwijs.

Verklanking en spraaksynthese
Voor leerlingen die moeite hebben met het lezen van de examenvragen kan verklanking worden ingezet. Hierbij wordt de tekst van het examen voorgelezen.

Bij papieren centrale examens kan hiervoor gebruik worden gemaakt van een speciale digitale examen-pdf die geschikt is voor spraaksynthese. Bij digitale centrale examens is verklanking beschikbaar binnen Facet.

Bij de meeste vakken kan de school verklanking toestaan aan leerlingen die daar baat bij hebben. Voor de talen gelden aanvullende voorwaarden. Een leerling met een geldige deskundigenverklaring waarin verklanking wordt geadviseerd kan ook bij de talen gebruikmaken van verklanking.

Examen-pdf voor spraaksynthese
Vanaf examenjaar 2026 worden de examen-pdf’s voor spraaksynthese digitaal beschikbaar gesteld via Examenbestanden.nl. Er worden hiervoor geen cd’s meer geleverd.

Voor ieder vak waarvoor spraaksynthese beschikbaar is kan de school een verklankbare examen-pdf downloaden. Deze pdf kan vervolgens worden gebruikt met geschikte dyslexiesoftware zoals ClaroRead, TextAid (speakUp) of Read-Y.

De school is verantwoordelijk voor een veilige inrichting van de computer en moet ervoor zorgen dat de leerling tijdens het examen alleen gebruik kan maken van functies en hulpmiddelen die zijn toegestaan.

Dyslexiesoftware tijdens het examen
Voor het verklanken van een examen kan spraaksynthesesoftware worden gebruikt. Het CvTE schrijft daarbij geen specifiek softwareprogramma voor. Als school ben je zelf verantwoordelijk voor het kiezen van geschikte software en voor een examenomgeving die aan de gestelde eisen voldoet.

Dyslexiesoftware bevat vaak veel meer functies dan alleen voorlezen. Niet al deze functies mogen tijdens ieder centraal examen worden gebruikt. Daarom is het belangrijk om vooraf te controleren welke functies zijn toegestaan en de software en computer hierop in te richten.

Voor het centraal examen kun je bijvoorbeeld gebruikmaken van ClaroRead SE, speakUp of Read-Y.

Spellingcontrole
Spellingcontrole is niet bij ieder centraal examen verboden. Bij centrale examens waarbij spelling niet wordt beoordeeld mag spellingcontrole worden gebruikt.

Bij het centraal examen Nederlands moet de spellingcontrole in principe uitgeschakeld zijn wanneer een computer als schrijfgerei wordt gebruikt. Voor leerlingen met een geldige dyslexieverklaring kan hier onder voorwaarden van worden afgeweken.

Controleer daarom altijd de actuele voorschriften voor het betreffende examen en vak.

Laat leerlingen vooraf oefenen
Zorg ervoor dat leerlingen ruim vóór het centraal examen vertrouwd zijn met de ondersteuning die zij tijdens het examen gaan gebruiken.

Laat een leerling niet pas tijdens het centraal examen kennismaken met spraaksynthese of dyslexiesoftware. Het uitgangspunt bij passend examineren is juist om aan te sluiten bij de ondersteuning die een leerling in de dagelijkse onderwijspraktijk gebruikt.

Laat leerlingen daarom gedurende het schooljaar en tijdens schoolexamens al werken met de gekozen ondersteuning. Ook kun je oude examens gebruiken om te oefenen met ClaroRead SE, speakUp of Read-Y.

Zo weet de leerling precies hoe de software werkt, welke functies beschikbaar zijn en hoe hij of zij deze effectief kan inzetten. Dat geeft rust en voorkomt onnodige problemen tijdens het centraal examen.

Controleer ieder jaar de actuele examenregels
De regels en praktische uitvoering van de centrale examens kunnen ieder jaar veranderen. Controleer daarom voorafgaand aan iedere examenperiode de actuele Handreiking passend examineren de Regeling toegestane hulpmiddelen en de informatie op Examenblad.nl.

Zo weet je zeker dat de inrichting van de examencomputer, de gebruikte software en de ondersteuning van de leerling voldoen aan de actuele exameneisen.

Voor het centraal eindexamen gelden landelijke regels voor het gebruik van hulpmiddelen en aanpassingen. Deze regels worden vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE).

Bij schoolexamens heeft de school meer ruimte. De school bepaalt zelf welke hulpmiddelen en aanpassingen tijdens schoolexamens zijn toegestaan. Deze afspraken leg je vast in het examenreglement en waar nodig in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA).

Wij adviseren om de ondersteuning tijdens schoolexamens zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de ondersteuning die een leerling tijdens de lessen en uiteindelijk tijdens het centraal examen gebruikt. Zo ontstaat een herkenbare werkwijze en is de leerling goed voorbereid op het centraal examen.

Ondersteuning bij dyslexie
Voor leerlingen met dyslexie kun je tijdens schoolexamens verschillende vormen van ondersteuning inzetten. Denk bijvoorbeeld aan:

  • extra tijd;
  • verklanking of spraaksynthese;
  • het gebruik van een computer;
  • dyslexiesoftware;
  • spellingcontrole, wanneer dit binnen de toets is toegestaan;
  • visuele ondersteuning, zoals vergroting of een leesliniaal.

Welke hulpmiddelen passend zijn hangt af van de ondersteuningsbehoefte van de leerling, de inhoud van de toets en de afspraken die binnen de school zijn gemaakt.

Het is daarbij belangrijk dat een hulpmiddel geen afbreuk doet aan wat je met de toets wilt meten. Als spelling bijvoorbeeld onderdeel is van de beoordeling moet je hier rekening mee houden bij het toestaan van spellingondersteuning.

Werken met ClaroRead
ClaroRead ondersteunt leerlingen bij lezen, schrijven en leren. De reguliere versie bevat verschillende functies, waaronder voorlezen, spellingcontrole, woordvoorspelling en hulpmiddelen voor het verwerken van teksten.

Voor toetsen en examens is ClaroRead SE beschikbaar. Deze versie is speciaal ingericht voor gebruik in een toets- of examenomgeving en bevat niet de uitgebreide schrijfondersteuning van de reguliere versie, zoals een woordenboek en woordvoorspelling. (ClaroRead SE is onderdeel van ClaroRead Compleet).

ClaroRead SE kan daardoor worden ingezet wanneer je leerlingen tijdens een schoolexamen wel gebruik wilt laten maken van bijvoorbeeld verklanking maar andere ondersteunende functies wilt beperken.

Een bijkomend voordeel is dat leerlingen gedurende het schooljaar al met dezelfde software kunnen oefenen die zij ook tijdens examens gebruiken.

Werken met TextAid
Ook TextAid kan worden ingezet tijdens toetsen en schoolexamens. Hiervoor is een speciale toetsomgeving beschikbaar waarmee je leerlingen toegang kunt geven tot de ondersteuning die tijdens de toets is toegestaan.

Een toets of document kan vooraf worden klaargezet en op een vastgesteld moment beschikbaar worden gemaakt. Hierdoor kun je zelf bepalen wanneer een leerling toegang krijgt tot het toetsmateriaal.

Binnen de toetsomgeving worden functies die tijdens de toets niet zijn toegestaan beperkt. Zo kan de leerling gebruikmaken van de afgesproken ondersteuning zonder toegang te hebben tot alle functies die tijdens het dagelijkse schoolwerk beschikbaar zijn.

Standaard is de toetsomgeving van TextAid niet beveiligd. Gebruik hiervoor Muute (TIP), Schoolyear of de Safe Exam Browser.

Werken met Test-Assist
Test-Assist combineert ondersteuning en beveiliging in één toetsomgeving en is daardoor geschikt voor het afnemen van toetsen en schoolexamens. Het is een add on bij TextAid.

Per leerling bepaal je welke faciliteiten beschikbaar zijn, zoals verklanking, spellingcontrole en extra tijd.

De beveiliging is onderdeel van Test-Assist. Tijdens de toets wordt de digitale omgeving afgeschermd zodat leerlingen geen toegang hebben tot bijvoorbeeld zoekmachines, AI-toepassingen of andere niet-toegestane programma’s. Hierdoor hoef je geen aparte beveiligingsoplossing naast de dyslexiesoftware in te zetten. De toets of schoolexamen kan gewoon op het eigen device van de leerling worden afgenomen.

Zorg voor een veilige digitale toetsomgeving
Wanneer een leerling tijdens een schoolexamen digitaal werk is het belangrijk om na te denken over de beveiliging van de toetsomgeving. Voorkom bijvoorbeeld dat een leerling tijdens de afname toegang heeft tot:

  • internetpagina’s die niet nodig zijn voor de toets;
  • zoekmachines;
  • AI-toepassingen;
  • e-mail of chatprogramma’s;
  • opgeslagen documenten die niet zijn toegestaan;
  • andere applicaties of hulpmiddelen die niet tijdens de toets gebruikt mogen worden.

Je kunt hiervoor gebruikmaken van een beveiligde toetsomgeving of aanvullende software waarmee het apparaat tijdens de toets wordt afgeschermd. In Test-Assist is de beveiliging standaard aanwezig.

De school blijft zelf verantwoordelijk voor een veilige en betrouwbare afname van het schoolexamen.

Bereid leerlingen voor op het centraal examen
Gebruik schoolexamens ook om leerlingen voor te bereiden op de manier waarop zij tijdens het centraal examen werken.

Maakt een leerling tijdens het centraal examen gebruik van verklanking? Zorg er dan voor dat de leerling hier tijdens het schooljaar al regelmatig mee werkt. Hetzelfde geldt voor het gebruik van een computer, dyslexiesoftware en andere toegestane voorzieningen.

Door leerlingen tijdens lessen, toetsen en schoolexamens met dezelfde ondersteuning te laten werken leren zij de hulpmiddelen zelfstandig en effectief te gebruiken. Tijdens het centraal examen hoeven zij dan niet meer na te denken over de techniek en kunnen zij zich volledig richten op het examen.

Schoolexamen en centraal examen zijn niet hetzelfde
Houd er rekening mee dat een hulpmiddel dat je tijdens een schoolexamen toestaat niet automatisch tijdens het centraal examen mag worden gebruikt.

Voor het centraal examen gelden de actuele voorschriften van het CvTE. Controleer daarom ieder examenjaar welke hulpmiddelen en aanpassingen zijn toegestaan.

Bekijk de actuele informatie over hulpmiddelen bij het centraal examen op Examenblad.nl
Bekijk de Handreiking passend examineren centrale examens vo 2026

Wil je weten hoe je dyslexiesoftware veilig kunt inzetten tijdens toetsen en schoolexamens? Neem contact met ons op. We denken graag mee over een passende inrichting voor jouw school.

Kandidaten die niet via het reguliere voortgezet onderwijs eindexamen kunnen of willen doen kunnen staatsexamen doen. Dit kan voor één of meerdere vakken op vmbo-, havo- of vwo-niveau. Met certificaten voor de benodigde vakken kan uiteindelijk een volwaardig diploma worden behaald.

Staatsexamens worden georganiseerd door DUO. Ook leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs (vso) kunnen via het staatsexamen examen doen.

Bekijk meer informatie over het staatsexamen vo bij DUO

Voorzieningen bij het staatsexamen
Ook bij het staatsexamen zijn voorzieningen mogelijk voor kandidaten met dyslexie of een andere ondersteuningsbehoefte. Welke voorzieningen worden toegekend, is afhankelijk van de persoonlijke situatie van de kandidaat.

Mogelijke voorzieningen zijn onder andere:

  • 30 minuten extra tijd bij een schriftelijk examen;
  • 10 minuten extra voorbereidingstijd bij een mondeling examen;
  • een pdf-bestand voor spraaksynthese;
  • het gebruik van een eigen laptop om te schrijven;
  • de aanwezigheid van een vertrouwd persoon bij een mondeling examen;
  • andere specifieke hulpmiddelen of voorzieningen.

Bij de taalvakken van het centraal examen is een pdf voor spraaksynthese alleen toegestaan als de kandidaat dyslexie heeft. Daarnaast stelt DUO als voorwaarde dat de kandidaat al bekend is met het gebruik van spraaksynthese.

Voorzieningen op tijd aanvragen
Voorzieningen moeten vooraf bij DUO worden aangevraagd. Voor individuele kandidaten kan dit na aanmelding voor het staatsexamen via Mijn DUO. De aanvraag moet vóór 1 februari worden ingediend.

Voor leerlingen die via een vso-school staatsexamen doen vraagt de school de voorzieningen aan via Mijn DUO Zakelijk. Hiervoor geldt een eerdere deadline.

In sommige situaties is een deskundigenverklaring nodig bijvoorbeeld van een psycholoog, orthopedagoog, neuroloog of psychiater.

Bekijk de actuele informatie over passend examineren bij het staatsexamen op DUO.nl

Dyslexiesoftware bij het staatsexamen
Maakt een kandidaat gebruik van een pdf voor spraaksynthese? Dan kan voorleessoftware worden ingezet om de tekst van het examen te verklanken.

Het is belangrijk dat de kandidaat ruim voor het staatsexamen gewend is aan spraaksynthese. Dit is ook een voorwaarde die DUO expliciet noemt. Laat de kandidaat daarom tijdens het schooljaar en bij het oefenen met oude examens al gebruikmaken van de gekozen voorleessoftware.

Zo weet de kandidaat tijdens het examen precies hoe de software werkt en kan de aandacht volledig naar de inhoud van het examen gaan.

Vooraf oefenen met ClaroRead SE of speakUp
Voor het verklanken van examen-pdf’s kan gebruik worden gemaakt van geschikte offline voorleessoftware, zoals ClaroRead SE of speakUp.

Beide programma’s zijn ingericht voor gebruik tijdens toetsen en examens en kunnen offline op een Windows-computer worden gebruikt. Hierdoor is geen internetverbinding nodig om de examen-pdf te laten voorlezen.

Laat kandidaten vooraf met de software én met oude examens oefenen. Zo raken zij vertrouwd met de bediening, de voorleesstem en het navigeren door een examen-pdf.

Controleer vooraf de toegekende voorzieningen
De voorzieningen bij een staatsexamen worden door DUO toegekend. Controleer daarom altijd vooraf welke voorzieningen voor de kandidaat zijn goedgekeurd en welke voorwaarden daarbij gelden.

De actuele informatie over voorzieningen en passend examineren vind je op de website van DUO.

Demonstraties en Trainingen

Overweeg je één van onze programma’s? Vraag dan een vrijblijvende demonstratie aan. We geven demonstraties van ClaroRead, TextAid, Taalblobs, Rekenblobs en Read-Y. Ook voor Zuid-Vallei kun je een demonstratie aanvragen waarbij we laten zien hoe je de methode effectief binnen je school kunt inzetten.

Een demonstratie kan online of bij jou op locatie plaatsvinden.

Meer dan alleen een productdemonstratie
Tijdens de demonstratie laten we zien hoe het programma werkt en welke mogelijkheden het biedt voor leerlingen en medewerkers. We bespreken niet alleen de functionaliteiten maar besteden ook aandacht aan de technische inrichting en implementatie binnen je school.

Daarnaast denken we graag met je mee over vragen als:

  • Hoe borg je de inzet binnen de school?
  • Hoe zet je het programma effectief in?
  • Welke collega’s moeten hierbij betrokken worden?
  • Hoe richt je het technisch zo eenvoudig mogelijk in?
  • Hoe zorg je ervoor dat medewerkers het programma daadwerkelijk gaan gebruiken?

Betrek de juiste collega’s
Het is vaak waardevol om vanuit verschillende invalshoeken naar een oplossing te kijken. Nodig daarom naast bijvoorbeeld de intern begeleider, zorgcoördinator of dyslexiecoördinator ook een collega van ICT uit.

Gaat het om meerdere scholen binnen een stichting? Dan kunnen we de demonstratie ook gezamenlijk verzorgen. We kunnen bijvoorbeeld aansluiten bij een bovenschools IB-overleg zodat meerdere scholen tegelijkertijd kennismaken met de mogelijkheden.

Van demonstratie naar pilot
Na een demonstratie adviseren we vaak om de software eerst gedurende een pilotperiode in de praktijk te gebruiken. Zo kunnen leerlingen en medewerkers zelf ervaren hoe het programma werkt en ontdek je welke mogelijkheden het beste aansluiten bij jullie situatie.

Tijdens een pilot wordt duidelijk wat de software kan, hoe deze binnen de bestaande werkwijze past en wat er nodig is voor een succesvolle implementatie.

Demonstratie op locatie
We komen graag naar je school of organisatie om het programma te demonstreren. Tijdens de afspraak is er volop gelegenheid om vragen te stellen en specifieke situaties uit jullie eigen praktijk te bespreken.

Voor de demonstratie kunnen we onze laptop aansluiten op een digibord of ander scherm. Is dat niet beschikbaar? Dan kunnen we zelf een beamer meenemen.

Online demonstratie
Een demonstratie kan ook eenvoudig online plaatsvinden. Hierdoor kunnen collega’s vanaf verschillende locaties aansluiten en is het makkelijker om bijvoorbeeld ICT, zorg en andere betrokkenen gezamenlijk aan de demonstratie te laten deelnemen.

Tijdens de online demonstratie delen we ons scherm, laten we het programma uitgebreid zien en is er uiteraard ruimte voor vragen.

Vraag een demonstratie aan
Wil je een vrijblijvende demonstratie van ClaroRead, TextAid, Read-Y, Taalblobs, Rekenblobs of Zuid-Vallei?

Neem dan contact met ons op via info@woordhelder.nl of bel 073 – 204 83 11.

We nemen zo snel mogelijk contact met je op om een geschikt moment voor de demonstratie af te spreken.

Wil je dat je kind ClaroRead of TextAid zelfstandig en effectief leert gebruiken? Tijdens onze online ouder-kind training gaan jullie samen met het programma aan de slag. Je kind leert hoe de belangrijkste functies werken en wanneer deze handig zijn bij schoolwerk. Als ouder krijg je tegelijkertijd inzicht in de mogelijkheden, zodat je je kind ook na de training kunt ondersteunen.

De trainingen zijn bedoeld voor beginnende gebruikers en worden online gegeven in kleine groepen. Per training nemen maximaal acht kinderen deel ieder samen met een ouder, verzorger of begeleider.

Wat leert je kind?
Tijdens de training maakt je kind stap voor stap kennis met ClaroRead of TextAid. We richten ons vooral op de functies die in de praktijk belangrijk zijn bij lezen, schrijven, leren en het maken van schoolwerk.

Onze trainer laat eerst zien hoe een functie werkt. Daarna gaan jullie er zelf mee aan de slag. Zo leert je kind niet alleen welke mogelijkheden er zijn, maar vooral hoe deze zelfstandig kunnen worden gebruikt.

Na de training weet je kind beter welke hulpmiddelen op welk moment handig zijn.

Zelf oefenen
Tijdens de training wisselen uitleg en oefenen elkaar af. Zorg daarom dat je kind tijdens de training beschikt over een eigen computer met ClaroRead of toegang tot TextAid.

Alle deelnemers krijgen toegang tot een online trainingsboek. Hiermee kunnen jullie na afloop de behandelde onderdelen nog eens rustig bekijken en verder oefenen.

Online via Zoom
De ouder-kind trainingen worden online gegeven via Zoom. Hierdoor kunnen jij en je kind de training gewoon vanuit huis volgen. Tijdens de training is er volop gelegenheid om vragen te stellen. Dit kan rechtstreeks aan de trainer of via de chatfunctie van Zoom.

Duur van de training
De training duurt ongeveer 1 uur en 15 minuten.

Voorbereiding en checklist
Voorafgaand aan de training ontvang je een checklist. Hiermee kun je controleren of alles klaarstaat om goed aan de training te beginnen.

Voor de training ClaroRead is het belangrijk dat ClaroRead volledig is geïnstalleerd. Zorg daarnaast dat onder andere Microsoft Word en Adobe Reader beschikbaar zijn.

Voor de training TextAid heeft je kind een werkend account en de bijbehorende inloggegevens nodig.

Schrijf je in
Wil je samen met je kind leren hoe je ClaroRead of TextAid optimaal gebruikt?

Schrijf je dan in voor de ouder-kind training ClaroRead of de ouder-kind training TextAid. Na inschrijving ontvang je meer informatie over de training en de voorbereiding.